Botopbouw bovenkaak voor het plaatsen van implantaten

Voor een implantaat is voldoende stevig kaakbot nodig. Is het bot in je bovenkaak te smal, te laag of op een andere manier onvoldoende aanwezig? Dan kan een botopbouw van de bovenkaak nodig zijn voordat implantaten veilig en stabiel kunnen worden geplaatst.

Bij Kaakmeesterz onderzoeken we eerst hoeveel bot aanwezig is en op welke positie de implantaten moeten komen. Vervolgens bepalen we of een botopbouw nodig is, welke techniek bij jouw situatie past en of de botopbouw tegelijk met de implantaatplaatsing kan plaatsvinden of tijdens een aparte behandeling.

Wanneer kan een botopbouw van de bovenkaak nodig zijn?

Of je voldoende kaakbot hebt, kun je zelf niet beoordelen. Soms lijkt aan de buitenkant voldoende ruimte aanwezig, terwijl op een röntgenfoto blijkt dat het bot te smal of te laag is.

Botopbouw van de bovenkaak kan bijvoorbeeld worden overwogen wanneer:

  • Een tand of kies al langere tijd ontbreekt;
  • Meerdere tanden en kiezen verloren zijn gegaan;
  • De bovenkaak na jarenlang dragen van een gebitsprothese sterk is geslonken;
  • Bot verloren is gegaan door een ontsteking rond een tand of kies;
  • Er na het verwijderen van een tand te weinig bot is overgebleven;
  • De kaakholte weinig ruimte laat voor het plaatsen van implantaten;
  • Het beschikbare bot onvoldoende breed of hoog is om een implantaat stabiel te plaatsen.

Niet iedere patiënt die een implantaat krijgt heeft een botopbouw nodig. Met beeldvormend onderzoek beoordelen we eerst hoeveel bot aanwezig is en of dit voldoende is voor de geplande implantaatbehandeling.

Eerst bepalen waar het implantaat moet komen

Een botopbouw is geen doel op zichzelf. Het doel is voldoende bot te creëren op de plek waar uiteindelijk een implantaat nodig is. Daarom kijken we bij de voorbereiding niet alleen naar het huidige kaakbot. De positie van de toekomstige tand, kies of gebitsvoorziening speelt minstens zo’n belangrijke rol.

Een implantaat moet uiteindelijk op een positie staan die zowel chirurgisch als functioneel geschikt is. Daarom plannen we eerst waar het implantaat idealiter moet komen en beoordelen we vervolgens of daar voldoende bot aanwezig is.

Bij dit onderzoek kunnen röntgenfoto’s en driedimensionale beeldvorming worden gebruikt. Een Cone Beam CT-scan kan bijvoorbeeld inzicht geven in de hoeveelheid en vorm van het beschikbare kaakbot. Op basis daarvan stellen we een persoonlijk behandelplan op.

Label over afbeelding 4.5 ★ op Google

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?

De uitvoering van een botopbouw verschilt afhankelijk van de gekozen techniek. Het tandvlees wordt op de plaats van de behandeling voorzichtig geopend zodat de kaakchirurg het kaakbot kan bereiken. Vervolgens wordt het botopbouwmateriaal op de gewenste positie aangebracht.

Wanneer de kaak plaatselijk breder moet worden gemaakt, wordt het materiaal tegen het bestaande bot geplaatst. Bij een botopbouw in het gebied van de kaakholte wordt eerst ruimte gecreëerd onder het slijmvlies van de sinus. Daarna wordt het behandelde gebied gesloten en begint de genezingsperiode.

Bij een beperkte botopbouw kan soms tijdens dezelfde ingreep ook het implantaat worden geplaatst. Bij een uitgebreidere behandeling volgt de implantaatplaatsing pas wanneer het opgebouwde bot voldoende is genezen.

Label over afbeelding 4.5 ★ op Google
Kan de botopbouw tegelijk met het implantaat?

Dat kan soms, maar niet altijd. Wanneer nog voldoende eigen bot aanwezig is om een implantaat tijdens de behandeling direct stabiel te kunnen plaatsen, kan een beperkte botopbouw soms tegelijk met de implantaatplaatsing worden uitgevoerd.

Is er meer bot verloren gegaan, dan kan het verstandiger zijn om eerst de bovenkaak op te bouwen. Het nieuwe bot krijgt vervolgens tijd om vast te groeien voordat de implantaten tijdens een volgende behandeling worden geplaatst.

Bij uitgebreide botopbouw van een sterk geslonken bovenkaak kan de genezingsperiode meerdere maanden duren. Het UMCG noemt voor uitgebreide botopbouw bijvoorbeeld een periode van ongeveer vier tot zes maanden voordat implantaten worden geplaatst. De precieze behandelduur is afhankelijk van de gekozen techniek en je persoonlijke situatie.

Tijdens de intake krijg je een inschatting van het traject dat voor jou wordt verwacht.

Doet een botopbouw pijn?

De behandeling wordt onder verdoving uitgevoerd. Daardoor voel je tijdens de ingreep geen pijn in het behandelde gebied. Na afloop kun je wel last hebben van napijn, zwelling en gevoeligheid. Vooral in de eerste dagen kan de wang dikker worden. Hoeveel klachten je ervaart, hangt mede af van de omvang en plaats van de botopbouw.

Je krijgt na de behandeling instructies over pijnstilling, mondhygiëne, eten en drinken en wat je tijdens de eerste herstelperiode beter kunt vermijden. Bij een botopbouw in de buurt van de kaakholte kunnen ook aanvullende leefregels gelden. Deze worden specifiek met je besproken wanneer ze voor jouw behandeling van toepassing zijn.

Mogelijke risico’s van botopbouw

Zoals bij iedere chirurgische behandeling kunnen ook bij een botopbouw complicaties optreden.

Denk bijvoorbeeld aan een infectie, nabloeding, problemen met de wondgenezing of onvoldoende ingroei van het aangebrachte bot. Bij behandelingen in de buurt van de kaakholte kunnen daarnaast specifieke complicaties optreden.

Een botopbouw biedt ook geen absolute garantie dat later ieder gepland implantaat succesvol kan worden geplaatst of behouden. De NVMKA wijst er bijvoorbeeld op dat implantaten in opgebouwd bot andere uitgangsomstandigheden hebben dan implantaten die volledig in oorspronkelijk eigen kaakbot kunnen worden geplaatst.

Tijdens het opstellen van het behandelplan bespreken we welke risico’s in jouw situatie relevant zijn.

Wat kost een botopbouw van de bovenkaak?

De kosten zijn afhankelijk van de omvang en techniek van de behandeling.

Een kleine plaatselijke botopbouw is een andere ingreep dan een uitgebreide behandeling waarbij een groter deel van de bovenkaak moet worden opgebouwd. Ook de materialen, beeldvorming en eventuele combinatie met implantaatplaatsing spelen mee.

Na het onderzoek ontvang je daarom een persoonlijke kostenbegroting.

Of de behandeling geheel of gedeeltelijk wordt vergoed, hangt af van de indicatie, de geplande implantaatbehandeling en je zorgverzekering. Controleer de begroting daarom altijd vooraf bij je zorgverzekeraar.